Kan een bedrijf duurzaam en gratis op het internet aanwezig zijn?
Het Comité van het Deontologische eTIC-Handvest, dat op vrijwillige basis de ICT-sector in België regelt, verheugt zich over de privé-initiatieven die in de media bedrijven aansporen het internet op te gaan, maar wil er tegelijkertijd op wijzen dat - in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht - dit niet gratis is. There is no free lunch, ook niet in de digitale economie.
Het Comité nodigt de kmo's en zelfstandigen uit om nauwgezet de voorwaarden van de offertes na te lezen en beveelt hen aan een beroep te doen op één van de vijfhonderd ICT-bedrijven die het eTIC-Handvest hebben ondertekend en zich er bijgevolg toe hebben verbonden de meest klassieke misverstanden uit de wereld te helpen, bijvoorbeeld inzake de prijs en de intellectuele eigendom.
De 'Uw Zaak Verdient Online'-campagne veelbesproken in de ICT-sector
In de loop der jaren zijn de tarieven voor het ontwerp en de hosting van websites veel democratischer geworden, zodat nu degelijke oplossingen worden aangeboden tegen een voor kmo's en zelfstandigen aanvaardbare prijs.
Hoewel de prijzen aantrekkelijk zijn, zijn slechts één op de drie Belgische bedrijven actief op het net. Om meer klanten te werven, hebben bepaalde grote spelers op het internet een 'gratis' commercieel aanbod uitgedacht. Zo hebben drie grote bedrijven vorige lente een grootscheepse mediacampagne op touw gezet, 'Uw Zaak Verdient Online' (Votre entreprise en ligne).
In deze mediacampagne werd beweerd dat bedrijven met dit door de federale overheid gesteunde aanbod hun producten en diensten gratis online konden verkopen. De Belgische webbedrijven vroegen zich af hoe grote bedrijven zo zichtbaar konden zijn in de media met de steun van de overheid en hoe aan klanten gratis diensten konden worden aangeboden, terwijl die diensten wel geld kosten aan de bedrijven die ze aanbieden.
Het deontologische eTIC-Handvest is al verschillende jaren een vrijwillige leidraad voor de Belgische ICT-bedrijven die goed willen communiceren met hun klanten en transparant te werk willen gaan. Het ondertussen door ruim vijfhonderd bedrijven ondertekende eTIC-Handvest is representatief geworden voor de sector. Om de twee jaar worden de vertegenwoordigers van het eTIC-Comité (deontologisch orgaan) democratisch verkozen.
Zowel private als openbare campagnes zijn nodig
Het Comité heeft zich over deze problematiek gebogen en onderstreept dat de overheid elke vorm van financiële of mediasteun ontkent. Ook het aanbod werd bestudeerd. Daar blijkt dat er geen gratis e-commercewebsite wordt aangeboden (in tegenstelling tot het voormelde voorbeeld), maar enkel een 'vitrine'-website. Een gratis website, met echter slechts enkele basisfuncties, en slechts voor een bepaalde duur.
Hoewel zo'n aanbod kan worden beschouwd als oneerlijke concurrentie, ziet het eTIC-Comité het geval als een geschikte mediacampagne om bedrijven erop te wijzen dat het nuttig kan zijn om op het internet aanwezig te zijn, hetgeen op lange termijn enkel een goede impact kan hebben, zowel voor de concurrentiekracht van de Belgische economie als voor de ontwikkeling van de Belgische ICT-sector in het bijzonder. Het eTIC-Comité verheugt zich over dit van grote privébedrijven uitgaande initiatief, maar wijst erop dat het in de eerste plaats een publiciteitscampagne is die de drie betrokken merken bekender moet maken.
Hoewel de veelal kleine webbedrijven financieel niet op gelijke voet hadden kunnen deelnemen in de campagne, wijst het eTIC-Comité erop dat dat ecosysteem beter betrokken was geweest bij dit initiatief, niet alleen om de campagne meer ruchtbaarheid te geven, maar ook om het aanbod zelf op te stellen. Het aanbod kon omvangrijker geweest zijn en had bijvoorbeeld voor een deel 'raadgeving' kunnen bevatten, wat bijzonder belangrijk is voor een goede online aanwezigheid, maar momenteel is dit jammer genoeg niet in de 'kit' opgenomen.
Dergelijk privé-initiatief, dat eigenlijk slechts een combinatie is van drie afzonderlijke commerciële aandachtstrekkers (zonder echte packaging), mag zeker geen substituut zijn voor overheidscampagnes die bedrijven ertoe aansporen de ICT-diensten beter te benutten en die neutrale en volledige informatie verschaffen over een goede aanwezigheid op het net. De overheid moet dus meer dan ooit inspanningen leveren op dat vlak.
Het eTIC-Comité roept de drie gewesten, die bevoegd zijn voor de economische ontwikkeling, op om een gecoördineerd initiatief op touw te zetten, waarbij de kmo's en zelfstandigen begeleid worden op het vlak van e-business en online verkoop in het bijzonder.
Ontleding van het commerciële aanbod 'Uw Zaak Verdient Online'
Ten slotte stipt het eTIC-Comité aan dat men nooit een gratis technisch aanbod kan krijgen van een vakman, zonder dat daar voorwaarden of aanzienlijke beperkingen mee gepaard gaan. De campagne bewijst deze stelling:
- Het domein wordt slechts het eerste jaar gratis aangeboden (nadien geldt een standaardtarief van € 49,58 exclusief btw per jaar, een aanbod dat niet goedkoop is).
- De website is gratis, maar de functies ervan zijn zeer beperkt en bieden geen e-commerceoplossing, terwijl er diverse andere systemen voor content-beheer bestaan die gratis en soms veel vollediger zijn.
- De hosting is slechts de eerste zes maand gratis (€ 48 exclusief btw per jaar na deze zes maanden), terwijl er op de markt andere aanbiedingen te vinden zijn met een minstens even interessante prijs-kwaliteitverhouding.
- Het aanbieden van het platform van de website omvat aankoop- en kortingsbonnen (publicitaire sleutelwoorden voor zoekmotoren; halve prijs voor het versturen van pakjes, maar gedurende zes maanden maximum), maar het betreft hier een promotioneel, niet-exclusief aanbod voor elke nieuwe 'klant', of die nu de voorgestelde technische oplossing gebruikt of niet.
- Ten slotte zijn de mogelijkheden om uit te breiden en om te exporteren bijzonder beperkt. Zo kan het bedrijf de code en het ontwerp van zijn website niet gebruiken op een ander platform indien het bedrijf wenst te veranderen van leverancier na de gratis proefperiode of een krachtiger oplossing wenst (e-commerce, link met de back-office voor bijvoorbeeld het financiële en logistieke beheer, enzovoort).
Men kan dus minstens stellen dat dit 'Uw bedrijf online'-aanbod niet revolutionair is op de markt. Ook de kosteloosheid is niets nieuws onder de zon: uitgebreide webplatformen, ook voor online verkoop, worden gratis aangeboden als "open source" software of met een 'SaaS'-licentie (software as a service), waarbij er een gratis proefperiode is en nadien een kleine bijdrage ten belope van 1 of 2% van de online omzet.
Met deze mediacampagne kunnen bedrijven nu echter inzien dat sommige aanbiedingen voor de huur op lange termijn van websites gewag maken van buitensporige prijzen, hoewel deze websites kwalitatief gezien soms weinig beter zijn dan in dit 'gratis' aanbod.
De website is slechts een gedeelte van de kost voor de online aanwezigheid
Hoewel de prijs een belangrijke factor is in de beslissing om aanwezig te zijn op het internet, is het niet de enige factor. Zelfs al is het webplatform gratis, dan nog kost online aanwezig zijn geld: de website stofferen vraagt tijd, net zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling en promotie ervan. Kan een bedrijf dat niet opbrengen, dan zou zijn online aanwezigheid een flop kunnen worden. Om de zaken vlot te laten verlopen, mag een bedrijf niet overhaast te werk gaan en moet het nadenken over een strategie om succesvol aanwezig te zijn op het internet (Hoe? Met welke partners? Voor welke markten?). Daarom is het nuttig om neutrale informatie te kunnen inwinnen, om een beroep te doen op specialisten en om de financiële hulp te vragen van de overheid.
Als conclusie hamert het eTIC-Comité op het belang van een goede opstart van de samenwerking en bijgevolg van een duidelijk contract zonder 'valstrikken'. Het wijst er opnieuw op dat meer dan vijfhonderd leveranciers het deontologische Handvest hebben getekend en dat een deontologisch orgaan de leveranciers kan straffen als ze de bepalingen inzake degelijke communicatie en transparantie niet naleven.
Unaniem standpunt van de plenaire zitting van het eTIC-Comité van 24/06/2011, ingenomen door zowel de verkozen vertegenwoordigers van de eTIC-ondertekenaars en de vertegenwoordigers van de professionele ICT-gebruikers, als de vertegenwoordigers van de veertien overheidsorganen die het eTIC-Handvest steunen.